Er hangt iets in de lucht.
Nog voor de bomen hun kleur loslaten, nog voor de eerste regen zich aandient, is er dat moment. Ik rook vorige week voor het eerst de herfst in de lucht. En gisteravond weer.
De bladeren zijn nog deels groen, maar dragen al de schaduw van wat komen gaat. En tegelijkertijd wijst de thermometer 26 graden aan. De zomer houdt zich nog vast.
Fenomenologisch bekeken is dit een merkwaardig samenvallen. Twee seizoenen die tegelijk verschijnen, zonder elkaar uit te sluiten. De herfst die zich aandient is nog geen herfst en toch onmiskenbaar. De zomer die zich toont is geen volle zomer meer en toch voelbaar.
๐๐ข๐ฃ๐ ๐ณ๐๐ฅ๐ ๐๐ฅ๐ฌ ๐๐ซ๐ฏ๐๐ซ๐ข๐ง๐
In dat tussengebied verschijnt tijd zelf als ervaring. Geen lineaire tijd. Niet รฉรฉn voor รฉรฉn. Maar lagen die zich over elkaar heen leggen.
Persoonlijk merk ik dat wanneer ik de herfst ruik, ik de zomer ook echt loslaat. Direct. Ik ben klaar met het licht en de hitte.
Maar de zomer is niet voorbij wanneer ik haar innerlijk verlaat. Ze blijft verschijnen, naast de herfst die zich aandient.
Het gaat dus niet over verdwijnen, maar over het samenvallen van meerdere tijden en mijn positie daarin. Mijn positie ligt niet in de tijd, maar in haar verschuiving.
